In het jaar
één-duizend-acht-honderd-en-zestien, den vierentwintigsten
der maand Julij, zijn voor ons Ambtenaar van den Burgerlijken
Stand der Gemeente van Haarlem gecompareerd Jacob Groeneveld
jongman, oud dertig jaren, broodbakker, geboren
alhier, wonend in de Battegatiastraat, hebbende
voldaan aan de wetten op de .. Militie
van 1816, blijkens ... overgelegd certificaat
meerderjarige zoon van Jan Groeneveld, overleden
alhier den agtentwintigste September agttien
honderdelf, blijkens doodcedul op den tweeen
twintigste dezer afgegeven en van Geesje van Ek,
zonder beroep, wonend als voren, hierbij tegenwoor-
dig en fansout verlenende en Cornelia Kooij, jongedochter
oud vijfentwintig jaren, zonder beroep, geboren alhier
wonend aan de lange bagijnestraat, meerderjarige dochter
van Laurens Kooij, overleden alhier den zeventienden
februarij agttien honderd een, blijkens doodcedul
op den tweeentwintigste dezer afgegeven, en van Johanna
Lense, zonder beroep, woond op het Groot Hertogland
mede comparerende en Fanfeut gevende,
welke ons verzocht hebben het door hen voorgenomen Huwelijk te voltrekken,
waarvan de afkondigingen voor de hoofddeur van het Huis der Gemeente
zijn
geschied, namelijk de eerste op den veertiende en de
tweede op den eenentwintigste dezer maand, beide des
voormiddags ten half twaalf uren.
Geene verhindering tegen het gemelde Huwelijk ter onzer kennis zijnde
gebragt hebben wij,
aan hun verzoek voldoende, na voorlezing van alle de voorgemelde stukken,
alsmede van het zesde Hoofdstuk van den Titel van het Burgerlijk Wetboek,
tot opschrift hebbende: van het Huwelijk, ieder der aanstaanden Echtgenoten
afgevraagd of zij elkander wederkerig tot Man en tot Vrouw wilden nemen:
waarop door elk derzelven afzonderlijk een toestemmend antwoord zijnde gege-
ven, verklaren wij, in naam der Wet, dat Jacob
Groeneveld
en Cornelia Kooij
door het Huwelijk verbonden zijn. Van al het welk wij Acte hebben opge-
maakt in tegenwoordigheid van Barend Groeneveld oud
vijentwintig jaren, broodbakker, woond oude
Jansstraat, broeder, Jan van Schooten, oud
vijfenveertig jaren, kleermaker, woond in
de Hoogstraat, goede bekenden van de bruidegom,
Hendrik Kooij, oud zesentwintig jaren, slagter,
woond op het Groot Heiligland, broeder,
Jan Kooij, oud zesenveertig jaren, spekslagter,
woond in de agterstraat, oom van de bruid,
welke deze acte na voorlezing, nevens ons
en de fantractanten hebben onderteekend.