Op heden den
Elfden Julij des Jaars 1800 dertien,
des namiddags ten half
een uren, zijn voor ons B.H, Voorbergh
Adjunct-Maire der Stad Amsterdam, als Ambtenaar van den Burgerlijken Stand,
verschenen, ten
einde een Huwelijk
aan te gaan, Arnoldus van Tongeren, van
Amsterdam, koopman, oud zesentwintig Jaren, wonende
alhier en
meerderjarige Zoon van Dirk Jan van Tongeren,
overleden en
Elisabeth Emons, buiten beroep, mede wonende alhier,
ter Eenr zijde.
En Maria Hoogerwoort, van Amsterdam, buiten
beroep, oud eenentwintig Jaren, wonende alhier,
meerderjarige
Dochter van Albert Hoogerwoort, Metzelaar, en
Catharina
Levis, mede alhier woonachtig, ter andere zijde. En
verklaarde
ons de Moeder des Bruidegoms en de Ouders van de
Bruid, thans
alhier tegenwoordig, hunne toestemming te geven tot
het voor-
schreven Huwelijk.
De voorafgaande Acten, nevens het zesde Hoofdstuk van het Huwelijk, volgens
de Wet van
25 Ventose van het jaar
Elf, voorgelezen zijn, bestaan, ten eersten: in een Extract uit het Register
der Afkondigingen, behoorlijk Alhier geschied den
twintigsten en zevenen-
twintigsten Junij laatstleden, ten twede de
doopcedullen der
Verloofden, ten derde de doodcedul van de vader des
Brui-
degoms.
Waarna wij hun, bij name en afzonderlijk, hebben afgevraagd: of zij elkander
aannamen als Man en
Vrouw; het
welk door hun, ieder in het bijzonder, met ja beantwoord zijnde, hebben wij
in naam
der Wet uitspraak gedaan:
dat zij door het Huwelijk zijn vereenigd; alles ingevolge het derde Hoofd-
stuk der Wet van 20 Ventose van het Jaar Elf, en in tegenwoordigheid van
Lauwerens
de Rooij, Schoenmaker, oud achtendertig Jaren, Lucas
Schouten,
Schoenmaker, oud zesentwintig Jaren, Cornelis Tappy,
Rim-
merman, oud vierentwintig Jaren, Pieter de Vries, Kiste-
makersknecht, oud vierentwintig Jaren, Alle wonende
alhier.
Zijnde deze Acte
door ons vervaardigd en voorgelezen aan de Comparanten, welke met ons hebben
geteekend.
uitgezondert de Echtgenoote die verklaarde niet te
kunnen schrijven.