Op heden den
Dertienden Mei des Jaars Achttienhonderd
Vijf-en-Dertig
daartoe
ingevolge Art. 95 van het Stedelijk Reglement door den Ed. Achtb. Heer
Burgemeester
benoemd:
verschenen, ten einde een Huwelijk aan te gaan,
Jan de Vries Scheepstimmerman, geboren en
wonende alhier, oud Zes en twintig jaren, meerder
jarige Zoon van Dirk de Vries, overleden en
Aletta Bout, zonder beroep wonende alhier ter Eene
Maria van der Ven, zonder beroep ge
boren te Terheyden, …….. ……. ……
wonende alhier oud dertig jaren, meerderja
rige, dochter van Abraham van der Ven
Ambtenaar wonende alhier, en Gerardina
van der Teen, overleden ter andere zijde.
En … de moeder der Bruide
Gom en de Vader der Bruid ….. in dezer
Echt
van 25 Ventose
van het Jaar Elf, voorgelezen zijn, bestaan, ten eersten: in een Extract uit
het
Register der
Afkondigingen, behoorlijk zonder verhindering
alhier …. des
derden en tienden dezer. Ten 2e de doop…
…. den verloofden. Ten 3e de dood…..
van den vader des Bruidegoms en de moeder der
Bruid.
waarna wij hun,
bij name en afzonderlijk, hebben afgevraagd: of zij elkander aannamen als
Man
en Vrouw; het
welk door hun, ieder in het bijzonder, met ja beantwoord zijnde, hebben wij
in
naam der Wet
uitspraak gedaan: dat zij door het Huwelijk zijn vereenigd, alles ingevolge
het derde
Hoofdstuk der
Wet van 20 Ventose van het Jaar Elf, en in tegenwoordigheid van
den Vader der Echtgenoote oud Een en Zestig
Reinier van den Ende, kleermaker, oud drie
en dertig, Johannes Frans Sterman, timmer
man oud zes en twintig, en Gerardus
van der Ven, broeder der Echtgenoote, kasten
maker oud vijf en twintig jaren, wonende
allen alhier.
geteekend
verklarende des moeder niet te kunnen schrijven.