Op heden den
twaalfden Julij des Jaars achttienhonderd en
zestien
des
voormiddags ten elf
uren, zijn voor ons Hc.F. Backer de Jonge
Raad en Lid
van de Kommissie, tot den Burgerlijken Stand der Stad Amsterdam,
verschenen, ten
einde een
Huwelijk aan te gaan
Jan Christoffel Ruff, van Amsterdam, Tim-
mermansknecht, oud zesentwintig Jaren, wonende
alhier en
meerderjarige Zoon van Jan Christoffel Ruff,
Overleden en
Anna Margaretha Stielen, mede wonende alhier, ter
Eenr zijde
En Fransina Meijer, van Amsterdam, buiten beroep,
oud tweeentwintig Jaren, wonende alhier,
meerderjarige
Dochter van Frans Meijer, schildersknecht en
Charlotta
Catharina Molenpage, mede alhier woonachtig, ter
andere zijde.
En verklaarden ons de moeder des Bruidegoms en de
ouders van
de Bruid, thans alhier tegenwoordig, hunne
toestemming te
geven tot het voorschreven Huwelijk.
De
voorafgaande Acten, welke, nevens het zesde Hoofdstuk van het Huwelijk,
volgens de Wet van
25 Ventose van
het jaar Elf, voorgelezen zijn, bestaan, ten eersten: in een Extract uit
het Register
der
afkondigingen, behoorlijk alhier geschied, den
tweeden en negenden Junij
laatsleden, ten tweeden de doopcedullen der
verloofden, ten derden
de doodcedul van de vader des Bruidegoms.
Waarna wij
hun, bij name en afzonderlijk, hebben afgevraagt of zij elkander aannamen
als Man en
Vrouw; hetwelk
door hun, ieder in het bijzonder, met ja beantwoord zijnde, hebben wij in
naam
der Wet
uitspraak gedaan: dat zij door het Huwelijk zijn vereenigd; alles
ingevolge het derde Hoofd-
stuk der Wet
van 20 Ventose van het Jaar Elf, en in tegenwoordigheid van
Frans Meijer
vader van de Bruid, oud zesenvijftig Jaren, Fredrik
Gentenaar
Kruijer, oud achtentwintig Jaren, Gerrit van Hall,
Hinolo-
giemaker, oud achtentwintig Jaren em Jacob Daniel Op
den Hooft,
Hinologiemaker, oud zesentwintig Jaren, alle wonende
alhier.
Zijnde deze
Acte door ons vervaardigd en voorgelezen aan de comparanten, welke met ons
hebben
geteekend.