Den
derden April
Achttien
honderd acht en zeventig zijn voor ons ondergeteekende Ambtenaar
van
den Burgerlijken Stand der Gemeente GOUDA, in het huis der Ge-
meente,
in het openbaar verschenen, ten einde een huwelijk aan te gaan:
Sijbrand
van Eijk, oud vierentwintig jaren,
Koopman,
geboren te Sluipwijk, thans Reeuwijk,
wonende
alhier, meerderjarige zoon van Klaas
van
Eijk, en Antoinette Wolters, beiden overleden
en
Elisabeth van Leeuwen, oud twintig
jaren,
dienstbode, geboren en wonende al-
hier,
minderjarige natuurlijke dochter
van
Elisabeth van Leeuwen, pijpmaakster,
wonende
alhier;
waarvan
de Afkondigingen voor de deur van het huis der Gemeente
den vierentwintigsten
en
eenendertigsten Maart jongstleden
zonder
eenige stuiting hebben plaats gehad, en tot dat einde aan ons ter hand
stellende: hunne geboorte
akten
en doodakten van de ouders des bruidegoms,
terwijl
de moeder der bruid, hierbij tegenwoordig
en
verklarende de in deze te erkennen als
haar
dochter, verklaarde hare toestemming te geven
tot
dit huwelijk;
Nadat
de bruidegom en de bruid, elk afzonderlijk aan ons Ambtenaar voornoemd, in
tegen-
woordigheid
der natemelden getuigen hadden verklaard: “dat zij elkander aannemen tot
echt-
genooten,
en dat zij getrouwelijk alle de pligten zullen vervullen, welke door de
wet aan den
huwelijken
staat verbonden zijn,“ hebben wij in naam der wet uitspraak gedaan, dat
zij door
den
echt aan elkander verbonden zijn.
Waarvan
deze akte is opgemaakt in tegenwoordigheid van: IJsbrand
Adriaan
van
Eijk, oud zesentwintig jaren, bouwman, wonende
te
Stolwijk, broeder van halven bedde (?) des contrac-
tantes,
Jacob van Vliet, oud vijftig jaren, ver….
broer,
aanbehuwd vader des contractants, Ja-
cobus
den Hertog, oud achtenveertig jaren, pak-
huisknecht,
aanbehuwd vader den contractante
en
Cornelis Romijn, oud eenenvijftig jaren, …
Kooper,
zijnde geen bloedverwant, de drie laatstge-
noemden
wonende alhier.
Na
voorlezing hebben de contractanten en de
getuigen
deze met ons onderteekend, verklarende
de
moeder der contractante haren naam niet te kunnen
teekenen
als hebbende zulks niet geleerd.