Op
heden den vierden September Achttienhonderd
Drie-en-Zeventig,
zijn voor ons ondergeteekende Ambtenaar van den Burgerlijken Stand van
Amsterdam,
in het huis der Gemeente, verschenen, ten einde een Huwelijk aan te gaan:
Pieter
Kolkmeijer, behanger, ge-
boren
en wonende alhier, oud zesentwintig
jaren,
meerderjarige zoon van Johan
Otto
Kolkmeijer en Catharina Marga-
reta
la Pierre, beide overleden, ter Eenr. En
Maria
Louiza Wilhelmina Roeff,
zonder
beroep, geboren en wonende alhier,
oud
achtendertig jaren, weduwe van Her
manus
Pieters, meerderjarige dochter
van
Jan Christoffel Roeff en Francina
Meijer,
beide overleden, ter andere zijde.
De
beide afkondigingen
tot dit Huwelijk zijn onverhinderd geschied, alhier
den
vierentwintigsten en eenendertigsten
Augustus
laatstleden. Voorts zijn aan ons
overgelegd,
ten eersten de geboorteacten
der
verloofden, ten tweeden de doodacten
van
de ouders des bruidegoms, ten derden
de
doodacte van de vorige Echtgenoote der
Bruid.
Waarna
wij hun hebben afgevraagd of zij elkander aannemen tot Echtgenooten, en
getrouwelijk
alle de pligten zullen vervullen, welke door de Wet aan den Huwelijken
Staat
verbonden
zijn: hetwelk door hen, uitdrukkelijk met JA, beantwoord zijnde, hebben
wij in
naam
der Wet uitspraak gedaan, dat zij door het Huwelijk aan elkander zijn
verbonden.
In
tegenwoordigheid van: Nicolaas Hendrik
Kolkmeijer,
smid,
oud achtentwintig, Johan Otto Kolkmeijer,
zonder
beroep, oud vijfendertig, beide broeders des
echtgenoots,
Benjamin Appels, zwagers van
den
zelven, koetzier, oud zesendertig en Hendrik
Spijkerman,
zonder beroep, oud vierenveertig jaren,
zwager
der echtgenoote, wonende allen alhier.
En
is hiervan door ons opgemaakt deze Akte, welke na voorlezing, door de Kom-
paranten,
de Getuigen en ons is onderteekend.