Heden
negenentwintig Juni negentienhonderd drie en dertig
zijn voor mij Ambtenaar van den
burgerlijken stand van Amsterdam verschenen, ten einde een
huwelijk aan te gaan:
Friedrich
Helms, kantoorbe-
diende
geboren en wonende
alhier, oud
vijfentwintig jaren
meerderjarige zoon van Frie-
drich Helms,
oud tweeenzestig
jaren, en
Elisabeth Johanna
Labes, oud
zevenenvijftig jaren
beiden
zonder beroep en wonende
alhier en
Marretje
Antje Dalmeijer,
zonder
beroep, geboren en
wonende
alhier, oud twee-
entwintig
jaren, meerderjarige
dochter van
Klaas Dalmeijer,
oud
tweeenzestig jaren, magazijn-
meester en
Geertje van der
Ham, oud
eenenzestig jaren,
zonder
beroep, beiden wonende
alhier.
Beider ouders verklaarden
voor mij
tegenwoordig toe te
stemmen in
deze echt.
De afkondiging tot dit huwelijk
is onverhinderd geschied, alhier den zeven-
tienden
dezer maand.
Ik heb de bruidegom en bruid
afgevraagd of zij elkander nemen tot echtgenooten en ge-
trouwelijk alle de plichten
zullen vervullen, welke door de wet aan den huwelijken staat ver-
bonden zijn. Nadat deze vragen
door hen bevestigend beantwoord werden, heb ik, in naam der
wet, uitspraak gedaan, dat zij
door het huwelijk aan elkander zijn verbonden.
Als getuigen waren tegenwoordig:
Klaas Jacob Dal-
meijer,
broeder der echtgenote,
kantoorbediende, oud dertig jaren
en Johan
Adolf Helms, broeder des
echtgenotes, groentenhandelaar,
oud
vierentwintig jaren, beiden
wonende
alhier.
Waarvan akte, welke
overeenkomstig de wet is voorgelezen.